Dieren
Veeteelt in Vlaanderen
Terug naar hoofdmenu
Dieren > Veeteelt in Vlaanderen
Veeteelt in Vlaanderen
Rundveehouderij
Schapen
Geiten
Paarden
Pluimvee
Varkenshouderij
Konijnenhouderij
 
Evolutie veeteelt

De keuze om zelfvoorzienend te zijn doet de sector groeien

 

Na WO II wilde België zelfvoorzienend zijn voor de meeste voedingsproducten. Ons land was een van de zes stichtende leden bij de oprichting in 1958 van de EEG, de huidige EU (Europese Unie). De toenmalige EEG wilde een gemeenschappelijk landbouwbeleid voeren door middel van een markt- en prijsbeleid. Er kwam een invoerheffing op producten van buiten de EU en een interventieprijs - dit is een prijs waarvoor landbouwproducten aan de regering kunnen worden verkocht, als garantie voor een minimumopbrengst. Deze interventieprijs moest dus de eigen teelten steunen, dit door de aankoop van basisvoedingsgewassen (zoals granen en soja) aan vaste minimumtarieven. Deze basisvoeding bevatte voor de inwoners van de EU steeds meer dierlijke producten.

 
De massale import van grondstoffen voor diervoeders (Amerikaanse soja-eiwitten) en de grotere recyclage van afvalproducten uit de menselijke voedingsindustrie tot diervoeders zorgde voor de voedselvoorziening van steeds meer dieren. De bestrijding van dierziekten gebeurde met stijgend succes, onder andere door de komst van antibiotica en door betere huisvesting. Men kon dieren in groepen huisvesten zonder dat zoiets onverantwoorde risico's meebracht bij het uitbreken van ziekten. Door deze vooruitgang in combinatie met de ontwikkeling van de mechanisatie - melkmachines en volautomatische drink- en voedervoorzieningen - van volroostervloeren voor varkens en runderen en batterijhuisvesting voor kippen en konijnen, kon men meer en meer dieren per arbeidskracht houden. De productie steeg aanzienlijk.


Bron: CAG, 2003



Print
Zoek
Sitemap
Contact