Dieren
Schapen
Terug naar hoofdmenu
Dieren > Schapen
Veeteelt in Vlaanderen
Rundveehouderij
Schapen
Geiten
Paarden
Pluimvee
Varkenshouderij
Konijnenhouderij
Fokkerij

Schapen worden heel vaak als hobby gehouden. Professionele bedrijven zijn 'open' of 'gesloten'. In een gesloten bedrijf worden, met uitzondering van enkele dekrammen, geen dieren aangekocht. De schapen blijven zolang mogelijk op de weide. Schapen gaan enkel 'op stal' voor verzorging of voor het werpen van de lammetjes. In de professionele teelt gebeurt het wel dat de lammetjes die voor de slacht gehouden worden, nooit buiten komen.


In het begin van de zomer worden de dieren geschoren. In deze periode is de roomkleurige vacht het mooist. Een schaap produceert drie tot vijf kg wol per jaar.


De fokkerij (beroeps én hobby) is zwoegervrij. De dieren zijn scrapie onverdacht. De meest voorkomende dierziekte is wormbesmetting. De grootste vijand van een schaap is een ander schaap. De beste oplossing hiervoor is de schapen in de weide af te wisselen met bijvoorbeeld runderen, om bepaalde cycli te doorbreken.

 
De ooienpremie wordt vanaf 2005 volledig ontkoppeld en geïntegreerd in de bedrijfstoeslag.

 
Bij de verplaatsing van schapen van de ene naar de andere weide zijn honden (border collies) héél nuttig. Demonstraties van schapen drijven door border collies zie je vaak bij plattelandsevenementen.

 

 



Zwoegervrij

Zwoeger is een besmettelijke longaandoening die enkel voorkomt bij schapen. De ziekteverschijnselen zijn:  sterke vermagering, ademhalingsmoeilijkheden (zwoegende ademhaling), uierproblemen en minder melkgift. Uiteindelijk sterft het schaap. De besmetting verloopt via de melk of de lucht bij uitademing. Schapen en geiten kunnen het virus doorgeven. Geiten zelf krijgen geen zwoegerziekte. Na een infectie duurt het maanden en soms jaren voor er antistoffen tegen het virus in het bloed aanwezig zijn. De eerste ziekteverschijnselen verschijnen nog later. Hierdoor komt de ziekte voornamelijk voor bij oudere dieren. Er is geen behandeling voor en vaccinatie of inenting is er niet.
Door middel van bloedonderzoek kan men vaststellen of een schaap besmet is. Schapen die positief reageren, worden afgevoerd. Als na een aantal bloedonderzoeken blijkt dat er geen besmette dieren op een bedrijf aanwezig zijn, krijgt het bedrijf een certificaat 'zwoegervrij'. Verder gebeurt er om het jaar weer een bloedonderzoek om het certificaat te behouden.

 



Scrapie

Scrapie - ook schuurziekte genoemd - komt voor bij schapen en geiten. De ziekte is verwant aan BSE en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Volgens de huidige inzichten is de ziekte niet gevaarlijk voor de volksgezondheid. Om alle risico's te vermijden, worden besmette dieren wel buiten de voedselketen gehouden.
De besmetting kan worden overgedragen door een moederdier aan haar jong.
Het belangrijkste symptoom is het schuren (in het Engels: to scrape), wat zieke dieren voortdurend doen. Door het schuren ontstaan allerlei huidafwijkingen. Daarnaast zijn er afwijkingen in de bewegingen, zoals een onzekere gang, rillen en trillen. De dieren vermageren terwijl ze toch een normale eetlust behouden. De ziekte heeft een lange incubatieperiode, is dodelijk en heeft een verloop van 14 dagen tot 6 maanden.
Omdat scrapie niet te onderscheiden is van BSE (een ziekte die wel gevaarlijk kan zijn voor de volksgezondheid) doet de EU er alles aan om een goed bestrijdingsprogramma op te maken. Zo is men verplicht om een ziek dier te melden en geldt er een verbod op het voeren van vleesbeendermeel aan landbouwhuisdieren.
De schapen- en geitenpopulatie wordt 'bewaakt': steekproeven peilen naar de aanwezigheid van scrapie. Alleen bedrijven die de status van 'onverdacht' hebben, mogen exporteren naar andere EU-lidstaten.



Print
Zoek
Sitemap
Contact