Beleid
1880-1950: vooruitgang
Terug naar hoofdmenu
Beleid > 1880-1950: vooruitgang
Hoe het begon
1800-1850: schaarste
1870: grote crisis
1880-1950: vooruitgang
Vanaf 1950: schaalvergroting
vanaf 2000: nieuwe wegen
 
Interbellum

Tijdens het Interbellum staat de landbouwsector voor een nieuwe uitdaging. Tussen 1920 en 1939 doet zich een ongelofelijke, technische vooruitgang voor. Er is een beter georganiseerde begeleiding van de landbouwer (veehouder), de zoektocht naar betere dieren en productiemethodes (o.a. met de inzet van kunstmeststoffen en machines). De landbouw wordt meer afhankelijk van import (veevoeding, meststoffen) en export (grotere productie dan de nationale consumptie).


De landbouwproductiviteit groeit. Dit groeiproces verloopt in twee fasen. Van 1880 tot 1910 kan men de jaarlijkse groei met 0,42% veeleer beperkt noemen. De productiviteit stijgt vooral tussen 1920-1939, met gemiddeld bijna 1% per jaar.


De landbouwsector presteert vanaf 1920 opvallend goed. Het rendement per hectare stijgt, de veestapel groeit aan. Dit betekent het begin van de opgang van de mechanisatie. Na de oorlogsschaarste worden hoge landbouwprijzen genoteerd.


De fabricage van kunstmest zelf maakt haar grote 'sprong voorwaarts' in België als duidelijk wordt adat men afvalstoffen uit de ijzer- en zinkindustrie kan aanwenden voor de productie van scheikundige meststoffen. Tevoren werd zwaveldioxide in de atmosfeer uitgestoten. Vanaf 1880 wordt de Belgische zinknijverheid verplicht om zwaveldioxide op te vangen. Het zwavelzuur dat men daaruit kan winnen, wordt een belangrijk bestanddeel voor de productie van kunstmest. Omstreeks 1930 bestaat 10% van de totale chemische productie in België uit kunstmest. Het overgrote deel is bestemd voor de exportmarkt.



Print
Zoek
Sitemap
Contact