Beleid
1880-1950: vooruitgang
Terug naar hoofdmenu
Beleid > 1880-1950: vooruitgang
Hoe het begon
1800-1850: schaarste
1870: grote crisis
1880-1950: vooruitgang
Vanaf 1950: schaalvergroting
vanaf 2000: nieuwe wegen
Vanaf WOII

Het voedseltekort tijdens en na de oorlog was een harde les. De Belgische beleidsmakers beslisten om in ruime mate zelfvoorzienend te worden voor voedsel; net zoals de meeste andere West-Europese landen overigens.


En dus voerde men een zeer actief landbouw- en voedselbeleid met twee grote streefdoelen: de voedselprijs onder controle houden en voldoende voedsel voor iedereen.


De landbouwers kregen forse stimuli om meer te produceren. 'Nooit meer oorlog, nooit meer honger', dat was de rode draad doorheen het beleid. Dit impliceerde een heel intensieve landbouw, want er waren slechts 20 are landbouwareaal beschikbaar per hoofd van de bevolking. Bovendien waren de meeste bedrijven klein tot zeer klein. Toch zou de sector er in korte tijd in slagen om de Belgische bevolking in grote mate te voeden.


 



Evolutie zelfvoorzieningsgraad Belgische landbouw 1950-2000

 

1958-1960 
1998-2000
Aardappelen
98
160
Witte suiker
116
197
Groenten
100
128
Runds- en kalfsvlees
100
149
Varkensvlees
104
226
Kippenvlees
103
163
Totaal vlees
98
182
Boter
102
113
Magere melkpoeder
98
193
Eieren
111
132

 

 Een zelfvoorzieningsgraad van 100 betekent dat de eigen landbouwsector de binnenlandse vraag net voldoende kan beantwoorden. Een score onder of boven deze grens houdt in dat er respectievelijk een tekort of een overschot is, dat via invoer of uitvoer wordt opgevangen.

 



Print
Zoek
Sitemap
Contact