Gebouwen
Historische agrarische bouwkunde
Terug naar hoofdmenu
Gebouwen > Historische agrarische bouwkunde
Historische agrarische bouwkunde
Streekgebonden hoevetypes
Hedendaags bedrijf
Rondleiding op een bedrijf
 
Boer was architect

Het 'totaalconcept' van de historische hoeve voldeed dus aan de hoogst persoonlijke wensen van de boer. Elk gebouw, elk hok, elk detail beantwoordde aan zijn specifieke behoeften.


Zo'n hoeve moest heel wat functies kunnen vervullen. Er waren gebouwen nodig om in te wonen, om de dieren te huisvesten en om de oogst te bewaren. Daarnaast had men nood aan bergruimten voor de werktuigen of ruimtes om de geteelde producten te verwerken, zoals een bakhuisje, een kaashuisje of een jeneverstokerij. Die verwerkte producten dienden in eerste instantie voor eigen gebruik. We spreken immers nog over een tijd waarin bijna iedereen boer was en voor zichzelf produceerde. Enkel de overschotten van de productie werden verkocht op de markt.


Al die functies van de hoeve waren gelijkwaardig omdat ze voor de boer van levensbelang waren. Nagenoeg elke functie had dan ook zijn specifieke architectuur: droge graanzolders, koele bewaarkelders, dorsvloer in de schuur, wagenhuis, potstal. Zo is de rosmolen duidelijk herkenbaar aan de vorm, is de stal nagenoeg overal noord-zuid gericht en ligt de woning langs de zonnige zuidkant. De paardenstal wordt gekenmerkt door versterkte en hogere deurstijlen.


De samenhang tussen al die verschillende ruimtes en volumes voldeed aan de functionele eisen van toezicht, bescherming en bereikbaarheid.


Samenvattend stelde Clement Trefois al in 1941: "De boerderij is een rationeel volks en met streekeigen materialen samengesteld landelijk nuttigheidsgebouw, opgericht naar de aard van de bestemming en nauw verbonden met de landbouw, de veeteelt, de bodemgesteldheid, het klimaat en met de zeden en de gebruiken van de inwoners."



Print
Zoek
Sitemap
Contact