Gewassen
Akkerbouw
Terug naar hoofdmenu
Gewassen > Akkerbouw
Akkerbouw
Tuinbouw algemeen
Groententeelt
Fruitteelt
Sierteelt
 
Granen

De granen nemen in de akkerbouw de grootste ruimte in. Bijna overal in Vlaanderen vind je graanpercelen, al zijn er zeer duidelijke graanregio's te herkennen. De drie belangrijkste graanteelten zijn in volgorde van belangrijkheid: wintertarwe, korrelmaïs en wintergerst. De teelt van korrelmaïs kende een gevoelige uitbreiding in de jaren negentig door het gebruik van maïs als voederteelt voor de varkenshouderij. De teelt van gerst is de voorbije tien jaar sterk teruggevallen. De teelt van andere granen (haver, rogge, triticale en spelt) is bescheiden en heeft veel aan betekenis verloren.

 

De oppervlakte aan graangewassen neemt tussen 1960 en 2000 met ongeveer een derde af. Tegelijk merk je een  specialisering in die streken die voor de graancultuur het meest geschikt zijn. Omwille van het relatief lage arbeidsinkomen en de lage opbrengst van één hectare graangewassen hoort deze teelt thuis op grotere bedrijven.

 

Akkerland

 

 

 

 

 

Graanregio's

De voornaamste gebieden waar je veel graanvelden ziet, zijn de Polders, de Zandleemstreek (het Pajottenland en de Westhoek) en de Leemstreek.

 

 

 

 

 

Oppervlakte graanteelten

 

Graanteelt
Aantal bedrijven
Oppervlakte
(ha)
Productie
(ton korrels)
1995
21.806
123.507
-
2000
18.807
129.596
2.512.920
2004
17.154
140.683
2.951.015
2005
16.968
142.969
2.713.082

 Bron: Nationale Bank van België en Centrum voor Landbouweconomie tot in 2002; Afdeling Statistiek van de FOD Economie vanaf 2003

 

 

Soorten granen

 

Teelt
1997
(ha)
2000
(ha)
2004
(ha)
2005
(ha)
Wintertarwe
68.068
71.760
70.480
71.528
Zomertarwe
3.548
2.057
1.191
1.565
Spelt
87
149
172
251
Winterrogge
1.380
964
541
408
Wintergerst
12.263
10.508
9.704
9.225
Zomergerst
1.635
2.006
1.843
1.836
Haver
1.831
1.502
1.098
1.204
Korrelmaïs
21.973
34.033
49.505
51.572
Triticale
5.674
6.462
6.001
5.306
Andere granen
224
154
148
74

 Bron: NIS-tellingsgegevens, diverse jaargangen

 

 

 

 

 

 

Arbeidsinkomen en ondernemersinkomen

Het arbeidsinkomen per arbeidseenheid geeft aan welke vergoeding de arbeidskrachten uit de bedrijfsactiviteiten hebben behaald. Daarbij maakt men geen onderscheid tussen de familiale en de betaalde arbeidskrachten. Dit inkomen geeft echter niet altijd een juist beeld van het inkomen dat de bedrijfsleider verwerft. Indien het behaalde arbeidsinkomen per arbeidseenheid kleiner is dan de lonen die moeten worden betaald of die men toekent aan de echtgeno(o)t(e) en de andere meewerkende gezinsleden, dan zal de arbeidsvergoeding van de bedrijfsleider lager liggen dan het berekende arbeidsinkomen per arbeidseenheid, en omgekeerd.

De ondernemer stelt immers niet enkel zijn eigen arbeid ter beschikking, maar investeert ook eigen kapitaal in zijn bedrijf. Hij wil dus ook opbrengst van dit kapitaal. De vergoeding die de ondernemer bekomt voor zijn eigen arbeid, zijn bedrijfsbeheer en zijn kapitaal is het ondernemersinkomen. Het ondernemersinkomen wordt berekend door bij de winst of het verlies van het bedrijf (opbrengsten verminderd met de kosten, zowel betaalde als toegerekende) het toegerekende loon van de bedrijfsleider op te tellen evenals de toegerekende interest op het volledige geïnvesteerde kapitaal, en hiervan de werkelijk betaalde interest af te trekken.

 

 



Print
Zoek
Sitemap
Contact