Landschap
De landbouwstreken
Terug naar hoofdmenu
Landschap > De landbouwstreken
Het Vlaamse agrarische landschap
De landbouwstreken
De Zandstreek

Wellicht is de Vlaamse zandstreek de meest verscheiden landbouwstreek van België, zowel landschappelijk als op het gebied van de productie. Het is de streek waar de bevolkingsdruk het hoogst is en de lintbebouwing de landbouwoppervlakte sterk aanvreet en versnippert. Deze streek wordt ook zandig Vlaanderen genoemd.


Ruimtelijk bestrijkt de Zandstreek het centrale en oostelijke deel van West-Vlaanderen (Brugse Ommeland), de noordelijke tweederden van Oost-Vlaanderen (Meetjesland, Waasland, Leiestreek en Scheldeland), het westen van de provincie Antwerpen (de groentestreek) en Klein-Brabant en de Dijlevallei (de Brabantse kempen) in Vlaams-Brabant.

 

Bodemkundig is de zandstreek een laag gelegen streek met afzettingsbodems, dit zijn bodems opgebouwd uit materiaal dat tijdens de laatste ijstijden door de poolwinden uit het droogliggende Noordzeebekken landinwaarts werd geblazen. Ooit was deze regio door de zee bedekt. Bij het terugtrekken liet die een zandlaag achter van 2 tot 3 meter dik. De grens tussen de vruchtbare polderklei en het onvruchtbare zand tekent zich scherp af in het landschap.


Het is een vrij vlak gebied, doorsneden door veel rivieren, beken en grachten. Ze houden de grond vochtig en bevorderen de plantengroei.


Vroeger was de zandstreek een gebied met kleine, armtierige boerenbedrijven (keuterboertjes) met lage opbrengsten. Nu is het gemiddeld landbouwinkomen hoger dan in andere streken. Dit is voornamelijk te wijten aan de ver doorgedreven specialisatie van de landbouwers, voornamelijk in de veeteelt (varkens en pluimvee) en de tuinbouwsector. Het aantal gelegenheidsbedrijven is zeer groot: deeltijdse boeren met een hoofdberoep buiten de landbouw. 

 

Antwerpen
Vlaams-Brabant
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Zandstreek
totaal
aandeel in vlaanderen
aantal bedrijven
1.360
382
3.226
5.655
10.623
33%
voltijdse arbeidskrachten
3.189
483
4.367
7.988
16.027
34%
granen (ha)
24
27
74
179
304
21%
nijverheidsgewassen (ha)
<1
5
18
17
40
10%
aardappelen (ha)
3
3
53
45
104
25%
peulvruchten (ha)
<1
<1
<1
<1
1
25%
voedergewassen (ha)
47
9
152
327
535
32%
groenten openlucht (ha)
10
3
41
12
66
24%
sierteelt in openlucht (ha)
<1
<1
2
5
7
71%
boomkwekerij (ha)
2
<1
3
12
17
43%
boomgaarden (ha)
2
2
1
8
13
9%
kleinfruit (ha)
<1
<1
<1
<1
<1
15%
grasland
59
19
181
304
563
34%
teelten in serres
5
<1
1
5
11
54%
aantal runderen
31.120
7.654
135.742
229.665
404.181
31%
aantal varkens
16.117
9.861
968.765
951.767
1.946.510
33%
aantal schapen
4.538
2.169
6.866
12.004
25.577
27%
aantal geiten
96
11
363
4.812
5.282
31%
aantal paardachtigen
1.360
203
1.816
3.954
7.333
33%
aantal pluimvee
195.841
3.332
3.331.349
3.687.776
7.218.298
26% 

 

Bron: NIS-tellingsgegevens, 2008



Print
Zoek
Sitemap
Contact