Landschap
De landbouwstreken
Terug naar hoofdmenu
Landschap > De landbouwstreken
Het Vlaamse agrarische landschap
De landbouwstreken
De Kempen

De Kempen situeren zich in het noorden van de provincies Antwerpen en Limburg tot aan een klein stukje van het Hageland. De bodem is er mager, zandig en arm. Het reliëf is effen en wordt alleen onderbroken door enkele kleine zandheuvels. Het landschap is op talrijke plaatsen ongemoeid gelaten. Je vindt er zandheuvels met berken, schrale gronden, weidse zanden met sparren en heide, moerassen en vijvers.
Oorspronkelijk was België bijna volledig bedekt met bossen. In de Kempen bestond de natuurlijke vegetatie uit eiken en berken. Want deze soorten gedijen gemakkelijk op onvruchtbare zandgronden. Door houtkap (voor bouw, verwarming, landbouw, weiland) veranderde dit snel in een heideland met taxusbomen, jeneverstruiken, kruipende wilgen en magere berken. In 1800 was twee derde van de Kempen onvruchtbaar.


De bovenste lagen van de Kempense grond bestaan voornamelijk uit zand. Het kan wit, geel of grijs van kleur zijn. Typisch is dat het zand zeer weinig klei en bijna geen kalk bevat. De oorsprong is te zoeken in het bezinksel van het water van de laatste zeeën uit het quartaire tijdperk. Op sommige plaatsen is er in de ondergrond een ondoordringbare laag die het doorsijpelen van het water verhindert. Daar zijn de moerassen en turfvelden ontstaan.


De arme grond laat zich gemakkelijk 'vruchtbaar' maken. De boerderijtjes waren er piepklein, her en der verspreid in het landschap. De boeren waren er onnoemelijk arm. Omdat de opbrengsten van de gronden erbarmelijk waren, schakelde men snel over op het houden van dieren. En waar dieren zijn, is mest. Dat was zeer welkom op de arme gronden.


In de Kempen wordt 85% van de totale cultuuroppervlakte door grasland en voedergewassen ingenomen. Dat wijst op het grote belang van de veeteelt in de landbouwactiviteit. De veebezetting bereikt er met 5 runderen per ha beteelde oppervlakte de hoogste waarde van België. De veehouderij is in hoofdzaak op de melkproductie gericht. Het aantal mekkoeien per 100 ha beteelde oppervlakte is er het hoogst en het rendement per melkkoe is zeer goed. Ook de mestkalverhouderij op gespecialiseerde bedrijven is in de kempen belangrijk. De akkerbouwgewassen halen op de minder vruchtbare zandbodem slechts lage rendementen. Door de intensieve bedrijfsvoering, mee veroorzaakt door de geringe gemiddelde bedrijfsoppervlakte, is het inkomen per arbeidskracht in de kempen hoger dan het gemiddelde van Vlaanderen en van heel België.


 

 

Antwerpen
Vlaams-Brabant
Limburg
Kempen
totaal
aandeel in vlaanderen
aantal bedrijven
3.613
149
1.720
5.482
17%
voltijdse arbeidskrachten
5.881
183
2.358
8.422
18%
granen (ha)
95
8
77
180
12%
nijverheidsgewassen (ha)
8
<1
7
15
4%
aardappelen (ha)
28
<1
8
36
9%
peulvruchten (ha)
<1
-
<1
<1
18%
voedergewassen (ha)
396
4
167
567
34%
groenten openlucht (ha)
9
2
11
22
8%
sierteelt in openlucht (ha)
<1
<1
<1
<1
6%
boomkwekerij (ha)
10
<1
2
12
31%
boomgaarden (ha)
2
<1
2
4
3%
kleinfruit (ha)
<1
<1
<1
<1
26%
grasland
166
7
87
260
16%
teelten in serres
4
<1
<1
4
19%
aantal runderen
281.878
3.742
84.638
370.258
28%
aantal varkens
873.517
6.351
318.219
1.198.087
20%
aantal schapen
6.337
99
11.953
18.389
19%
aantal geiten
4.687
-
1.725
6.412
37%
aantal paardachtigen
3.557
70
2.046
5.673
26%
aantal pluimvee
8.218.546
254.954
2.133.915
10.607.415
39% 

 

Bron: NIS-tellingsgegevens, 2008



Print
Zoek
Sitemap
Contact