Landschap
De landbouwstreken
Terug naar hoofdmenu
Landschap > De landbouwstreken
Het Vlaamse agrarische landschap
De landbouwstreken
De Zandleemstreek

Het is in feite een samenvoeging van verschillende kleinere streken die zich van het westen naar het oosten over geheeld de breedte van het land uitstrekken. Deze streek vormt de overgang tussen de noordelijke zandgordel en de leemgordel in het zuiden. Vandaar dat de noordelijke zijde meer zandig is en de zuidelijke gronden meer lemig zijn. De diepe ondergrond wordt gevormd door dikke rots- en grondlagen die noordwaarts afhellen. De landbouw is er, omwille van de goede bodemkwaliteiten, zeer sterk ontwikkeld.

 

Zandleem in Zuid-Limburg

De Maasvallei is in de loop der tijden uitgeschuurd door de Maas. Het vormt een laaggelegen gebied langsheen de Maas die de natuurlijke grens vormt tussen België en Nederland. De grote watervlakten zijn ontstaan na de grootschalige ontginning van een 10 meter dikke kiezelzandlaag ten behoeve van de bouwbedrijven. 
Deze regio heeft steeds een grote historische, culturele en economische uitstraling gehad. Bewijzen daarvan zijn de archeologische rijkdommen en de steenkoolwinning. Sappige fruitbomen bepalen hier tegenwoordig het landschap.


Zandleem in Vlaams-Brabant

Het landschap rijst van N naar Z en vormt langgerekte heuvels. Het is een vruchtbaar landbouwland.

 

Ten westen van Brussel ligt het Pajottenland: rustig en groen. Een zachtgolvend lappendeken van vruchtbare akkers en malse weiden die het landelijke karakter van de streek accentueren. Knotwilgen en populieren omsluiten het landschap en vanaf de heuvelruggen kan je heel ver kijken over het landschap. Pieter Bruegel trok er ooit rond, het Brabants trekpaard heeft er zijn oorsprong en wordt er nog steeds gekweekt. In het Pajottenland liggen geen steden. Maar het grenst wel aan het verstedelijkt gebied van de Brusselse agglomeratie. Het is een regio die vrij is van industrie. Het landschap is zeer afwisselend en de wegen slingeren door het landschap. De talrijke vierkantshoeven uit het verleden wijzen erop dat het in de leemstreek goed boeren was en is.

 

Dat zie je ook ten oosten van Brussel, waar de 'druiven in glazen dorpen' welvaart brachten. Meer naar het noorden speelde de teelt van witloof een belangrijke rol. Heel wat nevenbedrijfjes verdienden hier een centje met bij. Tegenwoordig zijn zowel de druiven als het witloof uit deze streeks nog steeds van topkwaliteit, maar de telers hebben het moeilijk om dit hoogwaardig product te verkopen aan concurrentiële prijzen.

 

Zandleem in Oost-Vlaanderen

Deze regio is gekend als de "Vlaamse heuvels" of "Vlaamse Ardennen". Het is een glooiend heuvelland met houtachtig landschap met weiden en akkers. De Kluisberg (141 m), de Muziekberg (150 m) en de Pottelberg (157 m) steken hoog uit boven de omgevende vlakte.
Deze rij heuvels zet zich verder naar de West-Vlaamse heuvels en naar de Kesterheuvels (Halle) en de Hagelandse heuvels (ten oosten van Leuven). De ijzerhoudende zandsteen op de toppen van de heuvels is niet geschikt voor landbouw. Meestal zijn de toppen bedekt met bomen. Op de hellingen is de oppervlaktelaag grotendeels weggespoeld. De kleiige onderlaag komt dus dicht bij de oppervlakte. Dit verhoogt het vochtgehalte van de bouwlaag. Hier vind je vooral met populieren omringde weiden. Waar de oorspronkelijke oppervlaktelaag dik genoeg is, overwegen de akkerpercelen begrensd door hagen of wilgen.


 

Vlaams-Brabant
West-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Limburg
zandleem
totaal
aandeel in vlaanderen
aantal bedrijven
2.673
5.439
2.212
1.009
11.333
35%
voltijdse arbeidskrachten
3.488
8.318
2.437
1.847
16.090
34%
granen (ha)
207
195
115
33
550
37%
nijverheidsgewassen (ha)
43
86
29
8
166
41%
aardappelen (ha)
33
129
38
3
203
48%
peulvruchten (ha)
<1
<1
<1
<1
1
32%
voedergewassen (ha)
76
214
85
26
401
24%
groenten openlucht (ha)
12
115
15
5
147
53%
sierteelt in openlucht (ha)
<1
1
<1
<1
2
19%
boomkwekerij (ha)
<1
2
4
3
10
23%
boomgaarden (ha)
28
2
2
44
76
53%
kleinfruit (ha)
<1
<1
<1
<1
<1
25%
grasland
1.367
231
153
35
556
34%
teelten in serres
<1
3
<1
<1
5
23%
aantal runderen
75.307
181.928
79.731
20.032
356.998
27%
aantal varkens
90.308
1.817.944
91.198
62.061
2.061.511
35%
aantal schapen
9.392
16.483
5.653
1.366
32.894
35%
aantal geiten
1.343
738
1.087
342
3.510
20%
aantal paardachtigen
2.154
1.918
1.657
549
6.278
28%
aantal pluimvee
640.446
5.604.430
657.214
329.155
7.231.245
26% 

Bron: NIS-tellingsgegevens, 2008



Print
Zoek
Sitemap
Contact